Naar de inhoud
KENNISBANK · DRUKWERK EN LOGO

Waarom uw drukproef niet klopt

Een tekening die er goed uitziet maar millimeters afwijkt, kost u geen compliment maar een klacht. Dit is waar die millimeters vandaan komen.

HET VERSCHIL

Een proef is geen plaatje

De klassieke gang van zaken kent u: de klant vraagt een proef, de binnendienst maakt een werktekening, en twee dagen later ligt er een PDF voor een order die er nog niet is. De verleiding is dan groot om die stap te vervangen door iets dat sneller gaat — een logo over een productfoto leggen en de klant laten kijken. Dat gaat inderdaad sneller, maar het resultaat is een plaatje en geen proef.

Het verschil zit in één vraag: klopt wat op het scherm staat met wat de drukker of de graveur straks doet? Een proef is pas een proef als hij op ware grootte overeenkomt met de productie. Daarvoor moet het systeem weten welk vlak beschikbaar is, hoe groot dat vlak in millimeters is, waar het middelpunt ligt en welke techniek eroverheen gaat. Ontbreekt één van die vier, dan is de afbeelding hooguit een indruk — en een indruk die te groot is, levert een discussie op die u niet kunt winnen.

WAAR DE MAAT VANDAAN KOMT

Drie dingen moeten vastliggen

In onze PIM staan 426.573 techniekregels: per artikel en per variant welk vlak er is, welke techniek erop kan, welke maximale afmeting geldt, welke positie erbij hoort en welke prijs eraan hangt. Dat klinkt als een detail en het is de kern van de zaak. De meeste productdatasystemen maken hier een vrij tekstveld van, en een vrij tekstveld kan niets uitrekenen.

Die regels ontstaan op twee manieren, en beide manieren hebben hun eigen valkuil. Ze worden met de hand getekend op de productfoto, of ze worden uit de PDF van de leverancier gehaald. Daarna moet de techniek er nog bij, want een vlak zonder techniek zegt niets over wat er past. Vandaag zijn er op deze manier 14.952 producten klaargezet voor logo-visualisatie, met 11.501 configuraties voor vlakken en posities.

Het drukvlak wordt in millimeters getekend

In Image Editor tekent iemand per artikel en per variant het gebied waar een logo mag komen, en zet hij de middelpunten waarop dat logo wordt uitgelijnd. Dat gebeurt in echte millimeters en niet in beeldpunten. Zonder middelpunt staat een logo netjes midden op de fóto in plaats van midden op de fles, en dat scheelt bij een smal artikel zo een centimeter.

Of hij wordt uit de leveranciers-PDF gehaald

Leveranciers leveren drukinformatie vaak aan als PDF met een lijntekening: de contour van het product met de drukvlakken erin. Bruikbaar voor een mens, onbruikbaar voor een systeem. PDF Editor haalt die tekening eruit en berekent de afmeting van het vlak uit de werkelijke productafmetingen — dus uit de maat van het artikel en niet uit de maat van de tekening. Precies daar gaat het mis als iemand het met de hand doet.

En de techniek bepaalt de regels

Zeefdruk, tampondruk, gravure, borduren, digitaal en reliëf stellen elk hun eigen eisen, hebben elk hun eigen staffel en hun eigen instelkosten. Een vlak dat voor zeefdruk ruim genoeg is, kan voor borduren te klein zijn. Zolang de techniek aan het vlak gekoppeld is, kan de configurator de prijs meteen meerekenen; zonder die koppeling blijft er een prijs over waar nog iemand naar moet kijken.

DE VALKUIL

Een oude PDF met een ander formaat

Hier zit de fout die het vaakst voorkomt en die het moeilijkst te zien is. Een lijntekening wordt opgemaakt op een bepaald paginaformaat. Wordt die tekening later in een tekenvlak van een ander formaat gezet, dan schuift de verhouding mee: het product staat te klein of te groot in de tekening, terwijl alles er verder correct uitziet. De contour klopt, de vlakken staan op de goede plek, en toch wijkt elke millimeter af.

Dat is geen theoretisch risico. Bij Spranz bleek bij een controle van de bestaande artikelen dat 177 van de 376 producten te klein in de tekening stonden, doordat de oorspronkelijke PDF een ander formaat had dan het tekenvlak. Dat is met een script rechtgetrokken en wordt sindsdien artikel voor artikel nagekeken. Wij noemen dat getal hier omdat het laat zien waar de tijd in gaat bij het voorbereiden van een catalogus: niet in het tekenen, maar in het controleren.

De les eruit is simpel. Wie een bestaande set artikelen overneemt — van een leverancier, van een oud systeem of van een bureau — erft ook de formaten waarin ze ooit zijn opgemaakt. Die moet u één keer nalopen, en daarna nooit meer. Doet u dat niet, dan ontdekt u het per artikel, en altijd op het moment dat er een order aan hangt.

WAT ER DAN GEBEURT

Drie klachten met dezelfde oorzaak

Als de maatvoering niet klopt, merkt u dat zelden aan de proef zelf. U merkt het aan de klachten die er weken later uit voortkomen, en die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Hieronder de drie die wij het vaakst tegenkomen, met de oorzaak erbij.

“Het logo staat kleiner dan op het voorbeeld”

De klassieke uitkomst van een tekening met een afwijkend formaat. Op het scherm vulde het logo het vlak, in productie blijkt het vlak groter of kleiner dan gedacht. Dit is de klacht waar niemand gelijk in heeft: de tekening klopte met zichzelf, alleen niet met het product.

“De foto is blauw, maar het product is zwart”

Een beeldkoppeling op het niveau van het artikel in plaats van de variant. Drukvlakken horen per variant vast te liggen, net als de foto's, want een blauwe fles met een zwarte foto is een klacht die u niet wilt hebben. In de nachtelijke verversing komt een foto die aan geen enkele variant te koppelen is daarom in een werklijst terecht.

“Bij gravure ziet het logo er rafelig uit”

Een bitmaplogo dat nooit is omgezet naar vectorformaat. Bij zeefdruk en gravure blijft een bitmap niet bruikbaar zodra het formaat verandert. Daarom wordt een geüpload bitmaplogo onderweg gevectoriseerd, zodat het bij elke techniek en elk formaat scherp blijft en de drukker hetzelfde bestand krijgt als de klant zag.

HOE U HET VOOR BENT

Eén keer nalopen, daarna bijhouden

Bij een migratie van honderden of duizenden artikelen is de vraag nooit of het kan, maar waar u staat. Daarom komen leveranciers-PDF's bij ons eerst in een wachtrij: u bekijkt de lijntekening, beoordeelt of hij bruikbaar is, markeert hem als klaar, in behandeling of afgewezen, en zet de goedgekeurde tekeningen door naar de conversie. Daarmee is het voorbereiden geen zwart gat maar een werkvoorraad met een teller: hoeveel wacht er nog, wat is klaar, welke leverancier is af.

Daarna is het bijhouden. De drukdata komt in dezelfde nacht mee als de artikelen en de prijzen, dus een leverancier die een vlak wijzigt, wijzigt het ook bij u. Wat de klant op het scherm ziet, is dan dezelfde tekening die de drukker krijgt — en dat is de enige definitie van een proef die in de praktijk standhoudt.

Stuur ons één artikel

Eén artikel en één logo, en u krijgt de proef terug zoals uw klant hem zou zien: op het juiste vlak, op ware grootte, met de techniek erbij.

Heeft u een hele catalogus liggen? Dan maken wij eerst de telling van wat er te doen is.